Ziezo, het is weer tijd voor een duiding van de stand van zaken in de eurocrisis per 1 december 2011. Ik ga dat simpel houden vandaag. De situatie is als volgt: we werden en worden nog steeds met zijn allen door de Fransen een oor aangenaaid. Maar je ziet het pas als je het kunt zien.
Ik ga proberen u in drie stappen de boel uit te leggen. Dan hoeft u verder niet de journaal updates en de markten te volgen, want zo ingewikkeld is het in de kern niet. Maar de retoriek van de Franse Sarkozy (en straks Merkel nog) maakt het niet makkelijk om de bal te blijven zien. Vandaar een kleine stapsgewijze uitleg.
Stap 1: Een monetaire unie betekent geld overboeken tussen regios van het geheel van die unie
Ik neem u mee de geschiedenis in. Naar 1977. Toen schreef een groep deskundigen onder leiding van ene heer MacDougall een zeer verhelderend rapport over monetaire unies en overheidsfinanciën. Het is mooi getypt, zoals in die dagen gebruikelijk. En er wordt beschreven hoe in allerlei landen een monetaire en economische unie functioneert. Dat biedt de Commissie (van 9 landen op dat moment) een mooi inspiratiebron voor de toekomst.
Conclusie 4 luidt dat bij een economische unie altijd - en: op permante basis! - sprake zal zijn van geldstromen van rijkere naar arme regio's via een variatie aan systemen (belastingen, subsidies enzovoorts):
The redistribution through public finance between regions in the countries studied tends to be reflected to a large extent (though not, of course, precisely because other factors are involved) in corresponding deficits in the balances of payments on current account of the poorer regions, with corresponding surpluses in the richer regions. These deficits and surpluses are of a continuing nature. Net flows of public finance in the range of 3 - 10 % of regional product are common for both relatively rich and relatively poor regions, but a few of the latter enjoy considerably higher net inflows, up to around 30 % of regional product.
Vervolgens wordt op diplomatieke wijze geschetst dat die monetaire unie nu nog een brug te ver is en het rapport helpt om de vraagstukken van overheidsfinanciën op een rij te zetten. Ook wordt duidelijk dat de herverdeling van inkomsten tussen landen van één unie vergt dat het centrum van die unie (de EU dus) zélf een grote begroting en eigen inkomsten heeft. Want die inkomsten kunnen dan worden herverdeeld naar regios die het nodig hebben.
2. De euro: snood plan van Fransen: goed verpakte creeping committments
Eerder blies ik hier al de loftrompet over Bernard Connolly. Deze EU ambtenaar beschreef in 1995 al ragfijn hoe de Franse politiek eruit bestond om meer zeggenschap en invloed te willen krijgen ten opzichte van het economisch sterkere Duitsland. Zonder euro zou de Duitse motor in sneltreinvaart de Franse economie achter zich laten. Maar met de euro kregen de Fransen meer invloed en zouden ze ook nog kunnen uitkomen op het door hen gewenste eindstation: een volwaardige politieke unie.
De Fransen begrepen dat voor die politieke unie de handen politiek niet op elkaar zouden gaan en besloten te beginnen bij de munt. In de volle wetenschap dat de uiteenlopende economieën uiteindelijk zouden gaan leiden tot een crisis (zie Connolly). Terwijl ze de Duitsers voor het lapje hielden met de 'no-bail-out' conclusie, wisten de Fransen ook dat als puntje in crisis bij paaltje komt, alle afspraken terzijde worden geschoven. En ze maakten ook op handige wijze de beboetingen bij begrotingsoverschrijding afhankelijk van een politiek oordeel. Zo gingen de Fransen op klassiek Franse wijze (de strategie Monnet) verder met het bouwen aan Europa. Door kleine stapjes steeds meer een onomkeerbare weg maken waarbij het beste alternatief nooit de weg terug is, maar altijd de weg vooruit. Tot er een politieke unie is. En dan is hun doel bereikt.
Ik ben ervan overtuigd dat iedere burger in Europa gevoeld en beseft heeft dat dit spel gespeeld werd. Want er zat een bepaalde onnodige ronkende retoriek rond de invoering van de euro die je deed vermoeden dat er meer aan de hand zou zijn. Daarbij is destijds nooit duidelijk gesproken over het noodzakelijke gevolg van de keuze voor invoering van de euro. Die keuze is namelijk, bij de beperkte convergentie tussen EU-landen en bij de beperkte arbeidsmobiliteit per definitie ook een keuze voor een politieke unie. Een unie waarin arme landen/regio's geld krijgen van de rijke en waarin het centrum (de EU) een eigen bron van belastingheffing heeft. Zie hiervoor het rapport MacDougal.
Stap 3: De Franse goocheltruuk: verwar uw publiek met de waan van de dag
Ik denk dat het zinloos is om ons op dit moment op te winden over de gebeurtenissen in de markt. Wat nu gebeurt is exact de route die de Fransen voor ogen hadden. Op zeker moment komt er vanuit de economie of overheidsfinanciën spanning op de samenwerking. Dat levert een crisis op, hetzij bij overheden, hetzij bij markten, wellicht zelfs wel allebei (zoals nu). Die crisis levert dan weer draagvlak voor de volgende stap naar de unie. En als je daar nog wat extra retoriek bijgooit over de noodzakelijkheid van Europa, dan kom je weer dichter bij het Franse ideaal. Voila, precies wat Sarkozy vandaag in zijn speech gedaan heeft, waarbij hij wederom de samenwerking met de Duitsers zoekt, want die Frans-Duitse as is uiteraard voor alles in Europa spelbepalend.
Met deze retoriek verhult Sarkozy de werkelijke keuze. En die luidt: willen we in Europa wel of niet een situatie waarin een sterke regio geld overmaakt naar een zwakke? Waarin dit via de budgetten van de Europese Commissie loopt, via Europese heffingen.
Wat is de werkelijke vraag van dit moment: politieke unie, ja of nee?
Waar we de eerste keer, zo rond 1994 in gestonken zijn, is dat we het Franse game-plan niet goed genoeg doorzagen. We hebben toegelaten dat we in een Franse eendekooi gemanoevreerd werden met slechts één uitkomst: alle eendjes worden gevangen. Onze politici hebben de werkelijke keuze (eindstation: volledige politieke unie en geld overboeken naar andere landen) niet gezien, niet beseft of niet aan de kiezer voor durven te leggen. En de grote vraag is nu: moeten we het over de dagkoersen en de holle retoriek van toekomstig Europa hebben, in de kleine stapjes die we al anderhalf jaar nemen?
Mij lijkt dat de uitdaging is dat we ons niet meer verliezen in retoriek, het zoveelste reddingsplan en de zoveelste eurotop waarmee we volgens Frans model vooruit struikelen naar een politieke unie. Het gaat simpelweg over de nog steeds niet Europabreed beantwoorde vraag: Zijn we inmiddels in Europa zo solidair dat we in een politieke unie op jaarbasis bereid blijven andere zwakkere regios te ondersteunen?
Het antwoord en het vervolg: de Marseillaise in plaats van de negende van Beethoven
Ik denk dat we in Europa geen politieke unie willen. Maar ik vrees dat de politici de moed, het inzicht of het lef ontbreekt om met dat gegeven en die vraag expliciet aan de slag te gaan. Maar goed, ook dat is een keuze. Het is de keuze om te blijven opereren als een marionet in het Franse masterplan. De keuze om rond de hete brij heen te draaien. De keuze om de kop in het zand te steken.
Ik denk dat Sarkozy, met mij, inschat dat de Europese landen door de waan van de dag, de retoriek en alles wat erbijhoort, blijven meespelen als marionetten in het Franse masterplan. En dat, mijn waarde dames en heren, is waarom vanavond aan het eind van zijn Europese speech de Marseillaise te horen was en niet de negende van Beethoven (ons Europese volkslied).
Click here to read the English version of this blogpost.